huppelen den geheelen dag door aan de oevers van rivieren , van den eenen boom op den anderen, waarbij zij hunne jongen op den rug dragen. Zij springen als een klein leger , op rijen achter elkander voort.

168 DE APEN.

neus uitstrekt, en door derzelver bijzonde­ren vorm, het dier het aanzien geeft, als of het een masker voor het gezigt had. De pooten hebben eene oranje-geele kleur. Zij

Die welke , de troep aanvoert, zet zich op het einde van eenen tak, vanwaar hij op de punt van eenen anderen springt, ofschoon deze ook op eenen aanzienlijken afstand , van den eersten staat. Zij doen dit met zulk eene behendigheid en zekerheid , dat zij hun doel nooit missen. Op hem volgt een andere , en zoo voort, tot dat de laatste de geheele troep sluit. De wijfjes , met de jon­gen op den rug , springen ook zoo vlug als de anderen, die niets dragen.De Saïmiri is een zeer teeder diertje, dat voor eene