DE BUFFEL. 187
eens en zonder op te houden; van tijd tot tijd gaat hij een eind terug, en keert dan met eene barbaarsche woede weder terug, om zijnen wreeden lust op nieuw te voldoen. — Toen een reiziger eens met zijn gezelschap in een hosch kwam, zagen zij op eens eenen grooten Buffel alleen op eene van kreupelhout en geboomte ontblotene plaats liggen. Naauwelijkshad deze den wegwijzer , die voor het gezelschap uitging bemerkt , of hij kwam met een vreesselijk gebrul op hem af; maar deze stuurde terstond zijn paard ter zijde af, en verborg zich achter eenen dikken boom. Nu ging de Buffel op den tweeden rijder, welke op den wegwijzer volgde, los , en stiet het paard zijne hoornen met zulk eene verschrikkelijke woede in het lijf, dat het eenige oogenblikken daarna stierf. Beide menschen klommen nu op eenen boom, en de Buffel ging nu op het overige gezelschap af, voor hetwelk een

