DE STRUISVOGEL. air

gen , ieder afzonderlijk in eene kleine hol­ligheid. Hij hield zich eenigen tijd in de nabijheid van dit nest op , en zag , dat nog drie andere Struisvogels kwamen, die zich bij afwisseling op de eijeren zetteden. Ieder bleef maar een kwartier uurs zitten , en maakte dan plaats voor eenen anderen.

Een andere reiziger kwam eens op eene wandeling te paard bij een Struisvogeluest, waarop de vogel terstond toeschoot, waar­schijnlijk om zijne eijeren of jongen voor een dreigend gevaar te beschermen. Tel­kens als deze reiziger zijn paard omwendde , en naar hem toereed, week hij tien of twaalf schreden terug; reed deze echter voor­waarts, dan vervolgde hij hem, tot dat hij een redelijk eind van het nest af was.

Het nest van denStruisvogel schijnt slechts een gat te zijn, dat deze dieren met hunne pooten uitkrabben. Als men in hunne afwe­zigheid de eijeren aanraakt, dan ontdekken