aio DE STRUISVOGEL.

zoodat men dikmaals in een nest zestig of zeventig eijeren Lij elkander vindt, en deze eijeren worden bij afwisseling door al de Struisvogels, die bij elkander gelegd Leb­ben , bezeten , en in zes weken uitgebroeid. Le V^aillani verhaalt, dat hij eens een Struis van zijn nest gejaagd en in hetzelve elf ta­melijk warme eijeren, en op eenigen afstand van daar, nog vier andere gevonden heeft. Zijne wegwijzers namen begeerig de ver­spreid liggende eijeren weg , dewijl zij zeer goed om te eten zijn, en vertelden hem, hetwelke hij naderhand ook door vlijtig onderzoek bevestigd vond , dat deze vogels altijd een zeker aantal eijeren in de nabijheid van hun nest leggen , die zij niet uitbroei- jen , en die tot het eerste voedsel der jon­gen bepaald zijn, zoodra deze uitkomen. Eenigen tijd daarna vond hij weder een nest, waarin twee-en-dertig eijeren en niet verre van daar nog twaalf anderen la-