DE APEN. *47

die aan het eindeis, eenen tak van den naas­ten boom kan grijpen, waarop hij dan de geheele ketting na zich trekt. Op de zelfde wijze komen zij ook over rivieren , welker oevers scherp of steil afloopen.

Een kapitein , die zich in de bosschen van Suriname zonder levensmiddelen bevond , schoot twee van deze Apen, om dezelve te doen gereed maken ; maar het dooden van eenen was met zulke omstandigheden ver- zeld, dat hij besloot nooit weder een dier van het Apengeslacht de dooden. Hij was op een vaartuig digt bij den oever onder de hoornen, welker takken over de rivier hin­gen. Een van deze Apen bleef terug en volgde zijne vlugtende makkers niet; maar plaatste zich op den tak van eenen boom, welke over het water hing. Van hier be­schouwde hij den kapitein zeer naauwkeu- rig , en gaf door allerlei teekenen zijne ver­wondering te kennen , even als of hij dezen