DE STRUISVOGEL. 209
Jat bezwaarlijk een vogel zijne teederheid voor de jongen zoo verre drijft, en geene veelligt zoo vlijtig broeidt als deStruis. Waarschijnlijk is liet in dit heete klimaat niet noodig . dat bij aanhoudend op de eijeren blijft zitten, dewijl deze door de dampkringslucht niet zoo spoedig verkoeld worden, en dat de Struisvogel dezelven aldus dikwijls verlaat; maar, ofschoon bij over dag menigmaal zijne eijeren verlaat, zoo broedt hij toch des nachts zeer zorgvuldig. Het is even zoo min waar , dat zij liunne jongen verlaten, na dat deze uitbet ei gekropen zijn; in tegendeel verzorgen zij deze kleinen , die eerst eenige dagen , nadat zij uit het ei komen , kunnen loopen , den geheelen tijd door, zeer zorgvuldig met kruiden en water, en stellen zich menigmaal zelven in gevaar ,
om hunne jongen te verdedigen. Elke Struisvogel legt tien of twaalf eijeren , en verscheidene leggen te zamcn in een nest,
18.

